Deeltjes in rantsoenen zijn op een eenvoudige manier te bepalen met de Penn State Shaker box. Deze bestaat uit 3 verschillende lagen. Deze 3 verschillende lagen zijn onderverdeeld in:
- Topzeef >19 mm
- Middenzeef >8 mm
- Opvangbak
Het doel is zoveel mogelijk melk uit ruwvoer realiseren. Je kunt bij het inkuilen van het gras hierop al sturen door het gras korter te snijden of te hakselen.
7 tips voor de perfecte graskuilDeeltjes in rantsoenen zijn op een eenvoudige manier te bepalen met de Penn State Shaker box. Deze bestaat uit 3 verschillende lagen. Deze 3 verschillende lagen zijn onderverdeeld in:
Uit veel TMR- audits blijkt dat er op veel bedrijven teveel gras in de bovenste zeef (19 mm) achter blijft. Tussen deze grasdeeltjes en melkproductie is een duidelijk verband zichtbaar. Hoe minder grove grasdelen er aanwezig zijn in de topzeef, hoe hoger de melkproductie. Op veel bedrijven is het nog maar de vraag hoeveel het voer werkelijk nog verkleint wordt in de mengwagen. Bij een optimaal gebruik van de mengwagen wordt vooral het gras uit elkaar gewerkt.
Bij veel grove grasdelen in het rantsoen is selectie bijna altijd zichtbaar. Lange delen graskuil en fijn gehakselde snijmais geven meer kans op selectie. Gemiddeld zien we bij het gebruik van een opraapwagen dat er ongeveer 80% grove delen in de topzeef achter blijven. Met een hakselaar kan er gemakkelijker nog meer verkleind worden. Het doel is op een veilige manier gezond hARd te melken. Dit gebeurt in praktijk als wordt gestreefd naar ongeveer 45% in de middenzeef. Als je wel gebruikmaakt van een opraapwagen zorg er dan voor dat alle messen erin zitten en scherp zijn.
Het korter hakselen, met als doel minder selectie, komt neer op een theoretische haksellengtes van 1 cm bij veehouders die compact-TMR voeren. In klassieke TMR’s worden over het algemeen haksellengtes van 1,5 tot 3 cm aanbevolen. Welke haksellengte ook wordt nagestreefd, vergeet nooit dat het drogestofgehalte en het groeistadium van het gras zelf bepalend moeten zijn voor de haksellengte. Voor de juiste haksellengte en voor een goede verdichting en fysieke stabiliteit van de kuil zijn de oude basisbegrippen, afhankelijk van de situatie nog actueel.
Hoe droger en ouder het gras gemaaid wordt, des te korter het gehakseld moet worden. Bijvoorbeeld bij >40% DS en >25% ruwe celstof is de theoretische haksellengte 1-2 cm. Kortere haksellengtes verhogen het risico op verliezen van perssappen en suikers en maken daardoor de verdichting makkelijker. Over het algemeen geld hoe natter en jonger het gras, hoe langer het gehakseld moet worden. Bijvoorbeeld bij <28% DS is de theoretische haksellengte 3-4 cm.
Er is aangetoond dat van normaal gehakselde graskuil (afstelling hakselaar deeltjeslengte van 1,5-3 cm) 10 tot 20% meer wordt opgenomen dan van een lange voordroogkuil. Dit komt doordat de deeltjes makkelijker in pens afgebroken worden door bacteriën. Ook de verteerbaarheid neemt toe, terwijl de structuurwaarde echt niet minder hoeft te zijn. Per saldo komt er meer ruwe celstof in de koe, als de drogestofopname maar hoog genoeg is.
Neem dan gerust contact op met onze specialisten of laat je gegevens achter via het contactformulier.
Onze specialisten komen graag een kijkje bij je nemen. Tijdens bedrijfsbegeleiding en perceelbezoek nemen onze specialisten de resultaten met je door en wordt er gekeken naar mogelijke verbeteringen die bij jou tot een praktische goede teelt leiden.